Klik hier voor het overzicht van alle blogs
Een reactie op “Wie zorgt er voor de mantelzorger”
Geplaatst op
Beste Maartje,
Jouw blog ‘Wie zorgt er voor de mantelzorger’ is mij als verpleegkundige en lesontwikkelaar uit het hart gegrepen. In Nederland zorgen nu 3,6 miljoen mensen voor een naaste en als het aan de overheid ligt wordt dat aantal alleen maar groter. We moeten van de verzorgingsstaat naar een participatiemaatschappij. Met zijn allen goochelen we met onze tijd om werk, gezin, studie en wellicht ook zorg voor de ander te combineren. Hoe zorgen we ervoor dat we in dit alles ons evenwicht bewaren en niet voortijdig opbranden? En, misschien wel het belangrijkste van alles: hoe kunnen we bewerkstelligen dat we ons bij deze drukte goed blijven voelen en er ook daadwerkelijk kunnen zijn voor ons gezin, naaste en werkgever, in plaats van overal achteraan te hollen en tijd tekort te komen?
Ik ben het met je eens dat een van de sleutels educatie is. Mantelzorger ben je plotseling, of je groeit er geleidelijk in. Het is een proces. In alle gevallen ben je niet op een dag wakker geworden met de gedachte: ik word mantelzorger. Het zou mooi zijn als je vanaf dag 1 in dat proces ondersteuning kon zoeken. Als mantelzorger ga je ongevraagd en zonder enige kennis een zorgtraject in en worden er handelingen van je verwacht waar professionele zorgverleners een opleiding voor hebben moeten volgen. Wassen, steunkousen aandoen, medicijnen geven, omgaan met een dement iemand, hoe doe je dat eigenlijk? Waar zijn de praktische handvaten? Maar ook: waar vind je hulp en ondersteuning voor jezelf? Gemeenten doen hun best en hebben in veel gevallen een heel leger aan hulp klaarstaan, maar dat vinden is niet altijd even makkelijk, zeker niet als je hoofd naar andere zaken staat. Bovendien bestaan er zoveel steunpunten naast elkaar dat het wat chaotisch aandoet. Waar moet je zijn?
Respijtzorg is er ook, maar een mantelzorger schakelt die niet zomaar even in. Daar komt schuldgevoel bij kijken, een gevoel van falen, en de ander niet zomaar toevertrouwen aan professionele zorgverleners. Loslaten is een proces, zorg draag je niet eenvoudig over aan onbekenden. Daarom zou het goed zijn als er in de directe omgeving van de mantelzorger een netwerk bestond van vertrouwde mensen die af en toe de zorg kunnen overnemen, in plaats van direct een hele dag of dagdeel. Of er zouden op grote schaal inloophuizen moeten zijn, waar de mantelzorger naartoe kan met zijn naaste, en waar vrijwilligers de zorg een paar uur overnemen terwijl de mantelzorger iets voor zichzelf, of met andere mantelzorgers doet.
Voor werkende mantelzorgers zal dit anders liggen. Tijd is schaars, en zomaar even ergens binnenlopen of naar een avond gaan met lotgenoten zit er wellicht niet in. Voor deze mensen is een online platform een oplossing. Aan zoiets werk ik nu, samen met mijn collega’s, vanuit de behoeften die we in ons werkveld om ons heen zagen. Wij koppelen in een e-learning module praktische handvaten over het verzorgen van een naaste aan nuttige informatie binnen gemeenten over steunpunten. Daarnaast kun je via deze module een lotgenotenforum op en daar online contact met elkaar maken. Lotgenotencontact is en blijft een speerpunt als je kijkt naar de behoeftes van mantelzorgers. Het gevoel er niet alleen voor te staan is ontzettend belangrijk voor de meeste mensen. Elkaar vinden is, naast praktische kennis opdoen, van levensbelang.
Tegelijkertijd moet je van mantelzorgers geen professionele zorgverleners willen maken. Mantelzorg wordt verleend op basis van vrijwilligheid. Mensen die het doen hebben al een band met iemand voordat zij gaan mantelzorgen, en worden niet voor hun zorg betaald. Zij doen dit vanuit een relationeel aspect, vinden het vaak vanzelfsprekend en voelen ook de plicht om iets voor de ander te doen. Als deze zaken in balans blijven, en niet bijvoorbeeld het plichtsgevoel de overhand krijgt, blijft mantelzorgen zingevend.
De mantelzorger moet in de eerste plaats goed voor zichzelf zorgen. Daar hebben zowel hij als zijn omgeving baat bij. Dat we dat beter moeten faciliteren, ben ik helemaal met jou eens, Maartje. En gezien de groei in deze groep kunnen we daar beter vandaag dan morgen aan beginnen.