Klik hier voor het overzicht van alle blogs
E-health, en waarom het (nog) niet werkt
Geplaatst op
Een poosje terug zat ik de agenda van de minister van VWS door te lezen voor de komende kabinetsperiode. Een stuk met de titel “Van systemen naar mensen”. Des te opvallender vond ik het dat de minister in haar brief zware nadruk legde op meer toepassingen van e-health, en dat zijn toch echt systemen. Als ik het goed heb geteld, stond de term maar liefst 8 keer in het stuk.
En wat me dan toch een beetje bezorgd maakt, is de volgende passage:
“De ontwikkelingen [op het gebied van e-health] moeten echt nog veel sneller gaan. Met vereende krachten moeten we werken aan een gezondheidszorg waar arbeids- en kostenbesparende technologieën zoals e-health een significante rol spelen.” E-health wordt hier vooral neergezet als middel om geld en handen te besparen. Geen wonder dat e-health nog niet werkt in ons land.
Om de boze reacties maar voor te zijn: natúúrlijk zijn er prachtige voorbeelden van e-health-toepassingen in ons land. Er zijn sociale platforms en communities voor ouderen, verschillende e-consult-toepassingen, portals voor cliënten, zorgvergelijkingssites zoals deze. Maar echt landelijk geaccepteerde oplossingen zijn er nog niet. Denk maar aan de enige poging tot een echt landelijke ICT-oplossing voor de zorg – het EPD – en je begrijpt wat ik bedoel.
Hoe komt het toch dat e-health nog steeds beperkt blijft in haar toepassingen tot één of enkele zorginstellingen? En tot mooie pilots die dat stadium, ondanks hun succes op die beperkte schaal, nooit ontgroeien? Aan de technologie ligt het niet. Er zijn verschillende platforms die technisch prima werken, maar die toch moeite hebben om voet aan de grond te krijgen. Waar ligt het dan aan?
Er zijn verschillende oorzaken geopperd. Een argument dat ik best aannemelijk vind is dat de bekostiging beter moet worden ingeregeld. Het moet financieel aantrekkelijker worden gemaakt voor instellingen om e-health-oplossingen te ontwikkelen en beschikbaar te stellen. E-consults mogen dan tegenwoordig tegen hetzelfde tarief vergoed worden als on-site-consulten, maar dat zal instellingen niet direct verleiden om te investeren in de infrastructuur en software die hiervoor nodig is. Bovendien hebben de meeste instellingen nog cliënten genoeg, dus waarom zouden ze investeren in online oplossingen die ze niet nodig hebben om hun omzet te halen? Ze hebben hun handen – letterlijk – nog vol.
Maar zelf denk ik dat er nog een belangrijker oorzaak is: een gebrek aan afstemming met de mensen die e-health moeten gaan gebruiken. Dan doel ik op de zorgverleners, maar vooral op de cliënten. E-health-producten worden ontwikkeld door organisaties die veel verstand hebben van ICT, maar niet noodzakelijkerwijs van de zorg. De afstemming met de zorgverleners over wat zij echt nodig hebben om hun werk efficiënter te doen, en wat zij prettig vinden om mee te werken, schiet er nog wel eens bij in. Met als gevolg e-health-toepassingen die wellicht prima werken, maar in de praktijk onbruikbaar zijn voor zorgverleners.
Is er al weinig afstemming met de zorgverleners, met de cliënten wordt vaak helemaal niet gesproken. En daar wringt de schoen. Als er e-health-toepassingen worden ontwikkeld voor problemen die de cliënten helemaal niet ervaren, hoe kan dat dan een succes worden? Ik kan me een platform ontwikkelen waarmee thuiswonende ouderen met een zorgvraag gemaksdiensten konden bestellen, zoals een kapper of tuinman aan huis. Na enkele maanden bleek dit helemaal niet gebruikt te worden. Bij navraag bleek dat de ouderen zelf wel in staat waren de hen bekende tuinman of thuiskapper te bellen. Een leuk gesprekje bij een kopje koffie om de dag even te breken, dáár hadden ze pas echt behoefte aan. En daar voorzag de toepassing nou net niet in.
Als de minister wil dat e-health echt breder wordt toegepast, dan zal de oplossing in deze hoek gezocht moeten worden. Natuurlijk, er moet iets worden gedaan aan de bekostiging. Maar de belangrijkste succesfactor ligt in hoe goed de toepassingen aansluiten op de vraag die er daadwerkelijk ligt. De minister beseft dat zelf ook, blijkt uit één van sterkere passages uit haarbrief:
“mensen moeten de mogelijkheid krijgen om de regie en verantwoordelijkheid te pakken voor hun eigen behandeling. Om keuzes te maken en een behandeling in te passen in hun leven. Toepassingen zoals e-health kunnen hieraan bijdragen.”
Als we van e-health echt een succes willen maken moeten we zorgen voor toepassingen te bouwen die de gebruikers zeggenschap geven over hun leven en welzijn. En dat begint bij met deze mensen in gesprek te gaan en te vragen hoe zij graag behandeld en gesteund willen worden.
